U bent hier

Een nieuwe Sint Gerlachusden

 
In de vroege ochtend

Na weken van intensieve voorbereidingen is iedereen blij als de zaterdag van Pinksteren is aangebroken. De nieuwe Sint Gerlachusden kan gehaald worden. Dit kan echter pas geschieden als de oude den uit het plantgat is verwijderd. Dit is dan ook het eerste karwei voor de Jonkheid op deze bijzondere dag. Klokslag zes uur in de ochtend wordt het plantgat geopend door de zware betonnen platen eraf te halen. Vervolgens wordt door het bestuur van de Jonkheid het gat helemaal uitgegraven. Als het gat is leeggeschept en ook de laatste ijzeren dwarsbalk is weggehaald, kan de den omvallen. Eigenlijk moet de koper van de den, deze zelf opruimen, maar in ruil voor een kratje bier is de Jonkheid uiteraard bereid te helpen. De den wordt in stukken gezaagd en op een wagen geladen, waarna de koper ermee huiswaarts gaat.

Als alles op het kerkplein opgeruimd is, vertrekt het bestuur van de Jonkheid naar de pastorie, waar zij door de pastoor op spek en ei worden getrakteerd.
Tegen de klok van acht uur vertrekt de secretaris van de Jonkheid samen met de kapploeg naar het bos om daar de nieuwe den te kappen. Ondertussen wordt in Banholt alles klaargemaakt voor het vertrek van de dennenwagen. Op verschillende plaatsen in het dorp worden de diverse paarden gepoetst, gekamd, versierd en worden de hoeven zwart geverfd. Rond tien uur verzamelen de leden van de Jonkheid zich samen met hun paarden bij de kerk, alwaar de paarden worden ingespannen. Behalve een indrukwekkend aantal paarden staat ook de keurig gepoetste dennenwagen gereed voor vertrek. 
 
De dennenwagen

De Banholter dennenwagen is oorspronkelijk een lange oogstwagen op vier wielen. Speciaal voor het halen van een den zijn er twee steunblokken op bevestigd, waarop straks de nieuwe den komt te liggen. De huidige dennenwagen werd in 1945 gekocht in Reijmerstok. 

 
 
 
 
 
 
Vertrek richting bos

Als iedereen aanwezig is, worden de paarden voor de dennenwagen gespannen. Twee paarden worden aan de disselboom, direct voor de wagen gespannen, de rest één voor één aan de voortrekkettingen. Er vormt zich een indrukwekkende stoet van kracht en kleur! Op de dennenwagen liggen de “sjtiepe” (lange ronde richtpalen) om de den in het bos op de wagen te tillen. Bovendien staan er enkele, door ijsblokjes gekoelde, kratjes bier op de wagen…. veur es gesjmaerd mot weure…. Als alle paarden keurig staan opgesteld en ook de mannen aan de mikkenik (de rem) hun plaats hebben ingenomen, is het wachten op het vertreksein van de kapitein. Na een laatste controle blaast de kapitein drie keer op de kapiteinshoorn, de “toet”, waarna de kleurrijke karavaan zich in beweging zet. Drie hoornsignalen betekent: vertrekken, één hoornsignaal betekent: stoppen. 

 
 
 
Het kappen van de den

Ondertussen is men in het bos al een tijd bezig met het kappen van de nieuwe Sint Gerlachusden. Voordat men begint met kappen, wordt de den eerst op voorspraak van Sint Gerlachus gezegend door de pastoor. Hij mag vervolgens als eerste de bijl ter hand nemen. Na enkele rake slagen neemt de echte kapploeg het werk over. Ondertussen klimt iemand in de nieuwe den, om op een behoorlijke hoogte een touw te binden. Daarmee kan de den bij het vallen nog enigszins richting worden gegeven. Als de den gevallen is, wordt er eerst gecontroleerd of de kop tijdens de val niet gebroken is. Wanneer dit wel het geval is, wordt meestal een nieuwe den gekapt. De Banholtenaren weigeren in principe het afgebroken stuk er weer kunstmatig aan te zetten …dat laote ze leever euver aan aander deurpe! De den wordt vervolgens gemeten en met uitzondering van de kop, ontdaan van zijn takken. Dan moet de den verplaatst worden naar de plek waar hij op de wagen zal worden geladen. Als de den uiteindelijk op de juiste plek ligt, is het wachten op de paarden met de dennenwagen.

Tegen de middag arriveert de machtige stoet paarden met de Jonkheid in het bos. De paarden worden uitgespannen en kunnen ergens in een weiland uitrusten en grazen. Ondertussen kunnen de leden van de Jonkheid ook even rusten en een boterham eten. De secretaris van de Jonkheid gaat intussen met “d’r buul” rond om “busjgeld” op te halen bij alle aanwezigen. Een kleine bijdrage in de kosten! Ook wordt er in de tussentijd nog een flinke staak uitgezocht om de nationale vlag aan vast te maken. Als iedereen uitgerust is en gedronken en gegeten heeft, wordt de den op de dennenwagen geladen. Op de commando’s “èèn, twieje” van de kapitein wordt de den, met behulp van de “sjtiepe” en andere balken, op de dennenwagen geladen. 
 
 
 
De terugweg naar Banholt

De paarden worden vervolgens opnieuw voor de dennenwagen gespannen. Na het derde hoornsignaal van de kapitein, zet de stoet zich weer in beweging. Op weg naar Banholt. Nu is het de kunst om met de dennenwagen, met de circa dertig meter lange den erop, de draai in de diverse bochten goed te nemen. Er mogen geen ruiten, lantaarnpalen of ander straatmeubilair sneuvelen en de zwiepende kop van de den mag uiteraard niet afbreken. Onder toeziend oog van de kapitein, die de leiding heeft over de stoet, en enkele andere deskundigen komt de den gelukkig altijd goed en op tijd in Banholt aan. Bij diverse cafés die langs de route liggen wordt een kleine stop gehouden. Zo houdt men tegenwoordig halt in Slenaken, Noorbeek en Mheer. Het moeilijke punt ligt vandaag de dag in de bocht bij de kerk van Slenaken. De drie paarden voor de dennenwagen worden hier dan ook losgekoppeld van de rest van de stoet. Vervolgens trekken deze met hoge snelheid de wagen door de bocht. Het applaus van de vele honderden toeschouwers weerklinkt daar dan ook bij een goede afloop! 

 
Aankomst in Banholt

Aangekomen in Banholt worden de kamers geschoten door de Jonkheid, die als sein dienen voor de aankomst van de Jonkheid met de nieuwe Sint Gerlachusden. Bij de laatste rustpauze “oonder in g’n dörp” worden de vele Banholter kinderen op de dennenwagen gehesen. De wat oudere jeugd neemt plaats op de den, achter de drager van de Nederlandse vlag, die al de hele terugtocht op de den zit. Vroeger was dit het Jonkheidslid dat als laatste in militaire dienst was getreden. Aangezien de dienstplicht afgeschaft is, zit nu diegene op de den die het laatst voor Pinksteren achttien jaar geworden is. Deze persoon draagt wel nog een militair uniform. De vlag die speciaal voor de Gerlachusden wordt gemaakt, wordt ieder jaar door iemand geschonken. De inwoners van Banholt en Terhorst en vele toeristen lopen na de H. Mis naar de Dalestraat om de machtige stoet met de nieuwe den te verwelkomen. De kapitein blaast nog een keer driemaal op de hoorn en de laatste meters worden onder een daverend applaus afgelegd. Sinds vele tientallen jaren zingt men tijdens die laatste meters het lied van ”D’r erme Voes”. Dit lied is rond 1961 geschreven door Marcel Tielens en Harry Hutschemakers. In deze tijd was het namelijk moeilijk, genoeg paarden bij elkaar te krijgen voor het halen van de den. Dit wordt dan ook nog ieder jaar luidkeels gezongen. Hieronder treft u, op één onbekend couplet na, de tekst van ”D’r erme Voes” aan:

 
In gen persjstalvriej
zit der Hoeber mit Mariej
der Voes is pierlewaaje.
Noe huur mich die Mariej
ins klage: ”Erm priej,
wè zal der den noe laaje!”
 
Erme, erme Voes
erme Voes, noe is ’t sjloes.
Jaore trokste ooze dennewage
noe mot der Hoeber ’m goen drage.
 
De sjelle aan der haam
de loesje op der kop
en mit der sjtoets mer zjwaaje.
Al gong e berg aaf
of trok e berg op
ooze Voes dat woar ’ne taaje
 
Erme, erme Voes
Erme Voes, noe is ’t sjloes,
Joare troks te ooze dennewage
Noe mot der Hoeber hem goan draage.